Arbeid en zorg
Vaak wordt gesproken over de combinatie van arbeid en zorg. Hiermee wordt bedoeld hoe je je betaalde werk, je vrijwilligerswerk en het zorgen voor je kinderen, je huishouden, je ouders e.d. op elkaar afstemt. Er is een wet die je faciliteiten biedt om dit te regelen: de wet arbeid en zorg. Onder de Wet arbeid en zorg valt een aantal verlofregelingen, waar je een beroep op kunt doen als je plotseling vrij moet nemen. Bijvoorbeeld als je kind opeens ziek is of de waterleiding springt. En daar hoef je je niet schuldig over te voelen, want iedereen heeft wel eens verlof nodig. Het gaat onder meer om calamiteitenverlof, kort- en langdurend zorgverlof, maar ook zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Bij welk verlof het loon al dan niet doorbetaald wordt, hieronder een overzicht: · Zwangerschaps- en bevallingsverlof Iedere werkneemster heeft recht op zestien weken verlof. Gedurende het verlof heeft zij recht op een uitkering die gelijk is aan het salaris (tot maximum dagloon). · Adoptieverlof Werknemers (m/v) die een kind adopteren, hebben recht op vier weken verlof en hebben tijdens die periode recht op een uitkering die gelijk is aan het salaris (tot maximum dagloon). · Kraamverlof De echtgenoot of partner (m/v) die het kind erkent, heeft recht op twee werkdagen betaald verlof. De werkgever moet het loon tijdens deze dagen doorbetalen. · Ouderschapsverlof Werknemers hebben voor elk kind tot acht jaar recht op onbetaald verlof van 13 keer de arbeidsduur per week. Dus: als je 32 uur per week werkt, heb je recht op 13 x 32 uur verlof = 416 uur verlof. De standaardregeling is dat je het verlof halftime opneemt; in het voorbeeld 16 uur per week over een periode van 26 weken. Per 1 januari 2009 wordt het ouderschapsverlof verruimd. Met ingang van 1 januari 2009 is het ouderschapsverlof losgekoppeld van de verplichte deelname aan de levensloopregeling. Om in aanmerking te komen voor de financiële tegemoetkoming in de vorm van ouderschapsverlofkorting is niet langer de voorwaarde van deelname aan de levensloopregeling verbonden. (De ouderschapsverlofkorting bedraagt 50% van het minimumloon.) Verder is de periode van het (wettelijk onbetaalde) ouderschaps-verlof verdubbeld van 13 naar 26 weken. Door een amendement van de Christen Unie op het belastingplan is nu geregeld dat ook aanvragen voor ouderschapsverlof van vóór 1 januari die op 1 januari of later ingaan voor de nieuwe regeling in aanmerking komen. Als men vóór 1 januari 2009 al ouderschapsverlof heeft valt men helaas nog onder de oude regeling, dus: verplichte deelname aan de levensloopregeling en maar 13 weken verlof. Zie ook www.verlofregelingen.szw.nl.
· Calamiteitenverlof Bedoeld voor situaties waarin je plotseling vrij moet nemen. Zoals een sterfgeval in de familie of een noodsituatie in huis. Het verlof duurt zolang als redelijkerwijs nodig is om de eerste zaken te regelen. De werkgever moet je loon doorbetalen. · Kortdurend zorgverlof Bedoeld voor de zorg voor een ziek thuiswonend kind, een zieke partner of ouder. Per jaar kun je maximaal 10 dagen verlof opnemen. Voor deeltijdwerkers geldt een verlofduur naar rato. De werkgever moet minimaal 70% van het loon doorbetalen. · Langdurend zorgverlof Bedoeld voor werknemers die zorg bieden aan een kind, partner of ouder die levensbedreigend ziek is. Je hebt in een kalenderjaar recht op een verlof van zes maal de arbeidsduur per week. De standaardregeling is dat je het verlof halftime opneemt gedurende 12 weken. Het verlof is onbetaald, je krijgt alleen loon over de gewerkte uren. · Levensloopregeling Sinds 2006 is er de levensloopregeling: de mogelijkheid om met fiscale steun van de overheid te sparen voor periodes van onbetaald verlof. Uit dit ‘spaarpotje’ kun je bijvoorbeeld langdurend zorgverlof of ouderschapsverlof financieren. Doe je dat laatste, dan heb je recht op de ouderschapsverlofkorting van € 29,37 per verlofdag.
Wet aanpassing arbeidsduur De “Wet aanpassing arbeidsduur”geeft werknemers het recht om in deeltijd te mogen werken. Een werkgever (zowel in de markt- als de overheidssector) moet niet alleen een verzoek om vermindering, maar ook om uitbreiding van de arbeidsduur honoreren. Een verzoek hoeft door de werkgever niet gehonoreerd te worden als zwaarwegende bedrijfsbelangen zich daartegen verzetten. Dit betekent dat de urenvermindering leidt tot ernstige problemen zoals: -voor de bedrijfsvoering bij de bezetting van vrijgekomen uren: -op het gebied van de veiligheid of -van roostertechnische aard.
In een cao kan worden bepaald dat uitbreiding van de arbeidsduur niet mogelijk is. Als er geen cao is, kan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging afwijken van de wet. Afspreken dat vermindering van de arbeidsduur niet mogelijk is, is niet toegestaan. Werkgevers met minder dan tien werknemers zijn uitgezonderd van de wet. Deze werkgevers moeten zelf een regeling treffen.
Via deze link naar de website van de FNV vind je vee linformatie.
Kinderopvang
In 2012 veranderen de regels voor de kinderopvangtoeslag. Deze nieuwe regels hebben gevolgen voor u als ouder. Mensen met een laag inkomen, onder de € 19.000 op jaarbasis zullen minstens 22 euro per maand meer eigen bijdrage moeten gaan betalen, voor mensen met een hoger inkomen kan het oplopen naar honderden euro's meer per maand. De kinderopvangtoeslag wordt in 2012 gekoppeld aan het aantal uur dat de ouder met de kleinste baan werkt en dus niet langer op basis van het inkomen. Ook zal het aantal uur waarvoor je kinderopvangtoeslag kunt aanvragen worden aangepast. Voorheen kon men bijvoorbeeld nog voor 220 uur opvang en 120 uur gastouderopvang kinderopvangtoeslag ontvangen. Vanaf 2012 is het totaal maximaal 230 uur aan opvang waarvoor je kinderopvangtoeslag kan aanvragen. Ouders hebben dan bij dagopvang (voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar) recht op toeslag voor 140% van de werkuren van de minst werkende partner. Hierbij is rekening gehouden met reistijd en pauzes van de ouders. Voor schoolgaande kinderen (van 4 tot en met 12 jaar) kunnen ouders 70% van de uren declareren. Deze kinderen maken namelijk minder gebruik van opvang, omdat ze ook naar school gaan. Verder loopt de kinderopvangtoeslag maximaal 3 maanden door na het beëindigen van je dienstverband of opleiding. En er kan voortaan maximaal 1 maand achteraf kinderopvang toeslag worden aangevraagd. Een hogere eigen bijdrage voor mensen met een laag inkomen zal ook gevoeld worden voor studerende ouders met enkel een studiebeurs.
Wat het kabinet wil veranderen en wat dat voor u betekent kunt u hier nalezen in de publicatie 'Maatregelen 2012 kinderopvang'
Meer weten? Nog veel meer informatie over deze verlofregelingen kun je vinden op de website van de FNV. Ook FNV Bondgenoten heeft veel informatie. Op de website www.werk-en-geld.nl kan op de webwijzer werk en geld uitgerekend worden wat meer of minder uren werken betekent voor het netto maand/gezinsinkomen.
Andere links:
Jamoeders voor en door jonge, ambitieuze ouders. Career & Kids begeleidt en coacht vrouwen bij combineren werk en zorg. Mama Wil vrouwen ondersteunen bij het verdelen van zorgen werk Steunpunt Studerende moeders
Gezinswijzer van het Nederlands Jeugdinstituut voor professionals die met gezinnen werken en beleidsmakers
|