Het wordt steeds normaler dat beide ouders werken. In 2008 werkte 77 procent van de stellen met een of meer minderjarige kinderen allebei. In 2002 was dat nog 68 procent. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Nederland telde in 2007 1,6 miljoen stellen met jonge kinderen. De vader werkt nog altijd de meeste uren, maar moeders hebben een steeds grotere deeltijdbaan. In bijna een miljoen huishoudens werkt de man de meeste uren, oftewel 62 procent. Zes jaar eerder was dat nog 56 procent. In tweehonderdduizend gezinnen werken beide ouders evenveel. In slechts 2 procent van de gevallen (32 duizend) werkt de moeder meer uren. Het aantal gezinnen waar de vader de enige kostwinner is, daalde van 26 naar 17 procent. Bijna 90 procent van de vaders zegt dat werk zijn belangrijkste tijdsbesteding is. Voor nog geen 25 procent van de moeders geldt haar baan als de belangrijkste bezigheid. Van hen zeggen ruim zeven op de tien dat de zorg voor het gezin het belangrijkste is. Nog geen een op de tien vaders ziet huishoudelijk werk als de belangrijkste tijdsbesteding. Ouders die evenveel werken, verdelen zorg en arbeid gelijker. Maar nog steeds zegt ongeveer eenderde van de moeders dat ze in de eerste plaats het gezin verzorgen. Eén op de tien vaders noemt dit als belangrijkste taak. In gezinnen waar moeders het meeste werken, vindt 40 procent van de vaders zichzelf een huisvader. Vrouwen die niet of minder dan 12 uur in de week werken, zeggen in 65 procent van de gevallen dat dit komt door de zorg voor het gezin. Slechts 6 procent van de vaders geeft deze verklaring. Mannen zeggen meestal dat ziekte of arbeidsongeschiktheid de reden is om weinig of niet te werken
