Vooruitlopend op een besluit over de nieuwe AOW plannen, verdient de groep ‘jonge weduwen’, geboren na 1 januari 1950, speciale aandacht. Immers, zij hebben geen recht op een Anw- uitkering. Volgens de nieuwe plannen betekent dit, dat deze groep na 1 januari 2020 gedurende één à twee jaar geen enkel basisinkomen heeft. De FNV Vrouwenbond vindt dit een slechte zaak en wil dat er aandacht voor deze groep komt.
Vaak bestaat het inkomen van de groep weduwen die geboren zijn na 1 januari 1950 uit een uitkering van een individuele ANW hiaatverzekering, waarvoor hoge premies betaald zijn. Uiteraard is hierbij in het verleden uitgegaan van een uitkering tot de AOW leeftijd op 65 jaar. In de nieuwe AOW plannen gaat de AOW leeftijd omhoog naar 66 of 67 jaar. Derhalve ontstaat er een gat van 1 of 2 jaar zonder inkomen. Let wel, onverzekerd! En onverzekerbaar, daar de partner reeds weggevallen is.
Na het intreden van de gewijzigde weduwen- en wezenwet in 1996 hebben mensen zelf voor reparatie van het ANW gat moeten zorgen, middels een verzekering. De overheid heeft burgers overgeleverd aan de commercie, zonder toezicht te houden op de gevolgen. En dat die gevolgen groot zijn, staat aantoonbaar vast. Zeer forse premies van 10% en hoger van een jaarinkomen werden en worden gretig geïncasseerd door verzekeraars zoals de pensioenfondsen. Naar later blijkt voor een ongeïndexeerde uitkering, wat uitgelegd kan worden als nimmer loonsverhoging, lees jaarlijkse inkomensdaling.
De overheid heeft nagelaten hierop toezicht te houden, of vergeet dit gemakshalve.
De verwachting dat de groep jonge weduwen opnieuw wordt vergeten is niet zonder reden. De ervaring leert dat er geen parlementaire behandeling ten aanzien van fiscaliteit van ANW hiaatverzekerden bestaat. Een gevolg van de menigmaal gewijzigde belastingwetgeving in het verleden.
De situatie ten aanzien van de nieuwe AOW plannen, die nu dreigt te ontstaan voor de groep jonge weduwen, heeft het Kabinet zelf gecreëerd. Deze toch al onevenredig zwaar getroffen groep kan zich beroepen op, zo niet eisen van, de morele plicht van de leden van het kabinet dat zij de verantwoordelijkheid hebben om de positie van deze groep te handhaven.
De FNV Vrouwenbond vindt dat er een parlementaire behandeling moet komen over de groep weduwen die zijn geboren na 1 januari 1950, waarin de bescherming van de bestaande AOW rechten gewaarborgd zijn.
Dit probleem rechtvaardigt nog maar weer eens dat de AOW gerechtigde leeftijd gewoon op 65 jaar moet blijven.
