Alleenstaande ouders met betaald werk
Aparte inkomensregeling
Experimenten
18plus regeling
Met een andere blik
Informeel Gewaardeerd
Studerende ouders
Feiten en cijfers
Onderzoek NIBUD
Handige websites
Vergroot je kansen
Alleen opvoeden van kinderen is een taak vergelijkbaar met een deeltijdbaan. Het werk is bovendien van groot maatschappelijk belang. De FNV Vrouwenbond pleit daarom al jaren voor een aparte inkomensregeling, waarbij werken én zorgen beide lonen. Dit idee is uiteindelijk overgenomen door de politiek. Met dank aan Saskia Noorman-Den Uyl, oud-kamerlid van de PvdA die hiertoe een wetsvoorstel heeft ingediend (de wet Vazalo).
Meer kansen voor alleenstaande ouders
De FNV Vrouwenbond zet zich samen met de FNV vakcentrale in voor de verbetering van de positie van alleenstaande ouders, zowel zij die betaald werken als degenen die afhankelijk zijn van een uitkering. Want armoede doet zich vooral voor bij alleenstaande ouders. Meestal zijn het vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Via betaalde arbeid kunnen alleenstaande ouders vaak niet voldoende inkomen verwerven om een economisch onafhankelijk bestaan op te bouwen. Grote groepen alleenstaande vrouwen met hun kinderen zijn daardoor tot armoede veroordeeld. Een op de zes gezinnen met kinderen is eenoudergezin. Ruim de helft daarvan moet zien rond te komen van een inkomen onder het sociaal minimum.
In het Europees jaar van de bestijding van armoede en sociale uitsluiting is het daarom van groot belang om juist de verbetering van inkomens- en arbeidsmarktpositie van alleenstaande ouders een centrale plaats te geven.
De FNV Vrouwenbond doet dit in samenwerking met de FNV binnen het project 'Meer kansen voor Alleenstaande Ouders'.
Invloed op lokaal beleid
Vrijwilligers van FNV bonden gaan lokaal beleid beïnvloeden om in eigen gemeente meer kansen voor alleenstaande ouders te creëren. Door samen met alleenstaande ouders het lokale beleid onder de loep te nemen.
- Worden alleenstaande ouders voldoende geïnformeerd over mogelijkheden om hun inkomen of arbeidsmarktpositie te verbeteren?
- Vormen de wensen en talenten van de vrouwen zelf daarbij het uitgangspunt? Komt de zorg voor kinderen niet in de knel?
Dit zijn voorbeelden van vragen waar FNV vrijwilligers een antwoord op gaan zoeken. Indien nodig worden aanbevelingen voor verbetering opgesteld. Die aanbevelingen worden vervolgens onder de aandacht gebracht van politici en uitvoerders.
Leden van alle FNV bonden kunnen als vrijwilliger meewerken aan de verbetering van de positie van alleenstaande ouders !
Training
Inmiddels heeft een groep FNV vrijwilligers een training gevolgd. Daarin kwamen o.a. de volgende onderwerpen aan bod:
- Lokale voorzieningen en regels rond armoedebeleid
- Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders
- Presenteren
- Onderhandelen
- Lobbyen
- Ontwikkelen en uitvoeren van een Actieplan
De vrijwillgers zijn nu aan de slag gegaan met het uitvoeren van de actieplannen in verschillende gemeenten, zoals Almelo, Den Haag, Maasdriel, Kerkrade/Landgraaf en Haarlem. Zo worden er enquetes gehouden onder alleenstaande ouders, bijeenkomsten georganiseerd, gemeentebesturen bezocht of op andere manieren gewerkt aan de verbetering van de positie van alleenstaande ouders op lokaal niveau.
Conferentie Meer kansen alleenstaande ouders beleid
De landelijke conferentie van de FNV vrouwenbond op 4 juni had dit jaar als thema ‘Meer kansen voor alleenstaande ouders - Tijd voor alleenstaande ouders beleid!’.
Het was een dag om meer te weten te komen over de positie van alleenstaande ouders, over hoe de vakbeweging zich inzet om het lokaal te beleid te beïnvloeden, mee kunt praten over het beleid, kennis kunt maken met goede praktijkvoorbeelden en in gesprek gaat met ervaringsdeskundigen.
Met informatie, workshops, netwerken en discussies.
De aftrap werd gegeven door Leo Hartveld, federatiebestuurder FNV. Onderzoeker Annelou Ypeij gaf een inkijkje in de positie van alleenstaande ouders en natuurlijk werden de prachtige panelen van de FNV tentoonstelling ‘een onzeker bestaan’ gepresenteerd. Workshops waren te volgen over o.m. budgetteren, studerende ouders en het heft in eigen hand nemen. In de talkshow gaven Ans Pelzer, beleidsadviseur FNV vakcentrale en Tineke van der Kraan, directeur FNV Vrouwenbond hun visie op verbeteringen in het lokale beleid. Gerrie Vermeulen vertelde over haar werk als armoedegezant in Eindhoven en onderzoeker Maria de Cock vertelde over de problematiek van alleenstaande ouders met schulden. Dit was het programma.
Er werd een manifest gepresenteerd met 12 aanbevelingen voor de verbetering van het lokale beleid in de gemeenten. De lokale vrijwilligers gaan hier de komende tijd mee aan de slag. Alle deelneemsters ontvingen een reader met veel informatie over het project.
Lees hier een interview met een alleenstaande ouder.
Voor het project Meer Kansen voor Alleenstaande Ouders verstrekt het ministerie van SZW subsidie in het kader van het Europese Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.
![]()
Alleenstaande ouders met betaald werk
Men denkt bij alleenstaande ouders te vaak alleen aan vrouwen met een WWB uitkering. Maar tweederde van de alleenstaande ouders heeft gewoon een betaalde baan.
Uit het FNV-project ’Krap an’ dat werkende armen zichtbaar wil maken, blijkt dat armoede zich vooral voordoet bij alleenstaande ouders. Vaak vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Ondanks een grote deeltijdbaan komen ze met hun kinderen in de armoede terecht.
Die groep wordt maar wat vaak vergeten. Ook alleenstaande moeders met een baan, hebben het financieel zwaar.
* Ze hebben vaak banen waarmee je geen wereldsalaris verdient. * Fulltime werken is een must, anders red je het niet de maand rond te komen.
* Naast je baan van 32-36 uur heb je de zorg voor je kinderen en huishouden
* En in veel gevallen is er geen vader die je ondersteunt, je staat er dus helemaal alleen voor.
* Met een baan kun je kwijtscheldingen voor allerlei lasten wel vergeten. (waterschap, afvalstoffenheffing, enz)
* Iedere euro die je meer verdient dan het minimumloon, wordt van je zorg-/huurtoeslag weer net zo hard ingetrokken
* Je schiet er dus met fulltime werken niets mee op.
* Zodra je jongste kind 18 wordt, blijk je ineens geen alleenstaande ouder meer te zijn en word je belast als alleenstaande met een inwonende volwassene.
* Tegelijkertijd rekent de waterschapsbelasting je wel als een 3-eenheid (gezin van 3> personen) en betaal je wel de volle pond voor een gezin aan waterschapsbelastingen. Dan ben je ineens weer een gezin.
* Kinderbijslag en kindgebonden budget is afgelopen zodra je jongste kind 18 jaar wordt.
* Als je jongste kind dus geen/weinig inkomsten heeft, krijg je als ouder de kosten van zorgpremie e.d. er ook nog bij.
* Als je jonste kind van 18 een deeltijdopleiding volgt, kan hij/zij studiefinanciering wel vergeten! Krijg je de kosten van zijn/haar opleiding er ook nog bij.
* Voor bijzondere bijstand en andere voorzieningen kom je vaak niet meer in aanmerking.
* Zodra je kind met 18 jaar iets gaat verdienen, wordt ook de huur-/zorgtoeslag bij jou verminderd!
* Terwijl dat kind van 18 met 32 uur werken nog heel weinig verdiend met een minimumjeugdloon van 450,- netto per maand, waar ook zijn zorgpremie nog van betaald moet worden.
Alleenstaande ouders met een inkomen uit betaald werk met kinderen boven de twaalf hebben sinds januari 2009 honderden euro’s minder te besteden. Dit als gevolg van de verlaging van de alleenstaande-ouderkorting van 1459 naar 902 euro. Dat betekent dat alleenstaande ouders per jaar 557 euro moeten inleveren. Op een oproep van de FNV en FNV Vrouwenbond kwamen tientallen reacties van vrouwen die hier onder te lijden hebben.
Voor alleenstaande werkende ouders met kinderen ouder dan 12 jaar is er geen compensatie via het kindgebonden budget of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Voor werkende alleenstaande ouders met jongere kinderen wordt dit gat in de meeste gevallen wél gevuld door de IACK. “Er zijn dus aardig wat ouders die tussen wal en schip vallen”, zegt beleidsmedewerker Linda Rigters van de FNV.
Als kinderen 16 jaar worden gaan werkende alleenstaande ouders er ook nog eens 1459 euro per jaar extra op achteruit, doordat de aanvullende alleenstaande-ouderkorting vervalt als het kind 16 jaar wordt. Deze ouders vragen zich terecht af waarom een kind van 15 jaar zoveel duurder is dan een kind van 16 jaar of ouder.
De FNV en FNV Vrouwenbond pleiten daarom voor compensatie van het inkomensverlies van ouders met kinderen ouder dan 12 jaar. Zij doen een voorstel aan de Tweede Kamer om de leeftijd voor de aanvullende alleenstaande-ouderkorting te verhogen naar tenminste 18 jaar, of de leeftijd waarop het kind studiefinanciering krijgt.
![]()
Aparte inkomensregeling
De FNV Vrouwenbond wil de sociaal-economische positie van deze alleenstaande moeders verbeteren. o.a. door een aparte inkomensregeling die zorg en werk beloont.
Een fulltime baan is voor alleenstaande ouders te veel gevraagd, vindt de Vrouwenbond. Zij hebben immers tijd nodig voor de zorg voor hun kinderen. Maar het probleem is dat met parttime werk, zeker als het om laag geschoold werk gaat, nauwelijks uit de bijstandsuitkering te komen is.
De FNV Vrouwenbond heeft daarom - samen met het inmiddels opgeheven Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand - een inkomensregeling bedacht voor alleenstaande ouders, die werken vanaf 20 uur per week al lonend maakt. Saskia Noorman-Den Uyl, tot 2006 TK-lid voor de PvdA, heeft op basis hiervan de wet Vazalo ontworpen. Het wetsvoorstel is echter afgewezen door de Raad van State.
![]()
Experimenten
Daarna is door het Kabinet een nieuw voorstel gemaakt voor een experiment om alleenstaande bijstandsouders aan werk te helpen. Per 1 januari 2009 is een experiment gestart om het voor alleenstaande ouders in de bijstand financieel aantrekkelijk te maken deeltijdwerk te gaan verrichten. Deelnemers houden meer geld over naarmate ze meer uren werken en kunnen bonussen krijgen bij scholing en uitstroom naar een baan.
Doel van de regeling is om te kijken of financiële prikkels helpen om alleenstaande bijstandsouders met kinderen tot 12 jaar de stap naar werk te laten zetten. Uiteindelijk moet dit leiden tot duurzame uitstroom naar werk.
De regeling houdt in dat deelnemers in deeltijd aan de slag gaan, al dan niet in combinatie met scholing. Hoe meer uren ze werken, hoe meer ze van het zelf verdiende geld overhouden, tot maximaal 120 euro per maand bovenop de uitkering. Volgen ze naast hun werk een training of opleiding die hun positie op de arbeidsmarkt versterkt, dan krijgen ze een bonus van maximaal 600 euro per jaar. Als de deelnemers werk vinden waardoor ze uit de bijstand raken, dan ontvangen ze eenmalig 500 euro. Voorwaarde is dat de uitstroom duurzaam is, oftewel langer dan zes maanden. Er zijn 25 gemeenten met het experiment gestart:
Almere, Amsterdam, Bodegraven, Breda, De Marne, Deventer, Echt-Susteren, Enschede, Groningen, Heerenveen, Hellevoetsluis, Langedijk, Nijmegen, Purmerend, Raalte, Reiderland, Rijssen/Holten, Scheemda, Schiedam, Twenterand, Vlaardingen, Winschoten, Winsum, Zoetermeer, Zwolle.
In de deelnemende gemeenten zijn er 16.000 alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering. Het experiment bij gemeenten loopt tot en met 30 juni 2011. Daarna bekijkt de staatssecretaris of het experiment succesvol is en bredere navolging verdient. Met het experiment is 7 miljoen euro gemoeid.
De FNV Vrouwenbond is blij dat de experimenten nu eindelijk van start zijn gegaan, al was het direct invoeren van een wet natuurlijk beter geweest. De regeling is eenvoudiger uitvoerbaar dan het eerdere voorstel, wat problemen in de toekomst kan voorkomen. Er wordt nl. alleen gekeken naar het aantal uren dat gewerkt is, niet het inkomen wat er mee verdiend is, want dit leidt bij wisselende inkomsten ook nu al vaak tot verkeerde berekeningen. Ook het feit dat duidelijk wordt gekozen voor de combinatie van scholing en betaald werk spreekt de FNV Vrouwenbond erg aan. Groot voordeel is ook, dat betaald werken loont, ook voor langere tijd. Nu is de termijn van een vrijlatingsregeling meestal maximaal 6 maanden. Maar de bond vindt wel dat het vrij te laten bedrag erg laag is en vindt het niet goed dat pas bij 30 uur betaald werken het maximum van de vrijlating wordt bereikt. Dit zou maximaal 24 uur moeten zijn.
Daarnaast is de bond ontevreden met de leeftijdsgrens van de kinderen, die is nl. van 16 jaar voor het jongste kind, zoals die was in het wetsvoorstel VAZALO, verlaagd naar 12 jaar.
Wat de FNV Vrouwenbond verder onjuist vindt, is dat het door het Kabinet genoemde doel van de experimenten is ‘om te kijken of financiële prikkels helpen om alleenstaande bijstandsouders met kinderen tot 12 jaar de stap naar werk te laten zetten.’ Terwijl zowel door de indiener van het wetsvoorstel VAZALO, Saskia Noorman-denUyl als door de FNV als belangrijk argument werd aangevoerd de erkenning dat de zorg voor kinderen tijd kost en dat het lastig is dit te combineren met een voltijdbaan, zeker als je er alleen voor staat.
Het zou het Kabinet sieren om dit argument ook nu als uitgangspunt te nemen voor het beleid t.b.v. alleenstaande ouders. ![]()
18plus regeling
Als het jongste kind van een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering 18 wordt, gaat de ouder er zo’n twintig procent in inkomen op achteruit. Zij wordt dan beschouwd als alleenstaande, ook als het kind thuis blijft wonen en geen eigen inkomsten heeft. De FNV Vrouwenbond vindt dit onrechtvaardig en pleit voor een landelijke regeling om dit probleem op te lossen. En heeft daarvoor inmiddels gehoor gevonden bij staatssecretaris Aboutaleb, die beloofd heeft de gemeenten er op te wijzen dat er geen sprake mag zijn van inkomensachteruitgang voor het gezin.
Op dit moment is het zo dat als het jongste kind van een alleenstaande ouder in de bijstand 18 wordt, hij of zij wordt geacht mee te betalen in de kosten van levensonderhoud, ook al heeft hij/zij alleen studiefinanciering. Ook worden bijverdiensten van de studerende zoon of dochter vaak geheel of gedeeltelijk gekort op de uitkering van de ouder (meestal de moeder) terwijl andere studenten rond € 10.000 per jaar mogen bijverdienen. Zo krijgen kinderen uit een gezin waar de moeder een uitkering heeft, minder kansen.
De Vrouwenbond heeft een regeling uitgewerkt waarbij de studiefinanciering en eventuele bijverdiensten van het studerende kind buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de hoogte van de (bijstands)uitkering van de moeder. De bond pleit ervoor dat zo’n regeling landelijk wordt ingevoerd.
Inmiddels heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma aan de 2e Kamer een landelijke regeling toegezegd. Dit is het resultaat van een stevige lobby die de FNV Vrouwenbond samen met de vakcentrale FNV heeft gevoerd.
Alleenstaande ouders in de bijstand krijgen wettelijk recht op een toeslag van 250 euro per maand wanneer hun thuiswonende, jongste kind 18 wordt en gaat studeren. Zij krijgen deze toeslag om de bijstandsuitkering aan te vullen, die automatisch wordt verlaagd wanneer het jongste kind de leeftijd van 18 jaar bereikt en aan een studie begint. Ondanks een gerechtelijke uitspraak keren niet alle gemeenten deze toeslag uit. Het gaat om veertien procent van alle gemeenten. De staatssecretaris gaat deze verplichting nu wettelijk verankeren. De inwonende studerende kinderen krijgen weliswaar een eigen inkomen in de vorm van studiefinanciering, maar hiermee wordt de inkomensachteruitgang van de ouder niet gecompenseerd. "Van kinderen met alleen studiefinanciering kan niet worden verwacht dat ze substantieel bijdragen aan de kosten van de huishouding", aldus de bewindsvrouw.
![]()
Met een andere blik.
‘Alleenstaande ouders kunnen en willen veel, je moet het alleen durven zien!!’ Dat vindt de FNV Vrouwenbond en daarom maakte de bond een brochure met tips voor de begeleiding en reïntegratie van alleenstaande ouders is. Vertrekpunt daarbij is de kracht, kwaliteiten en motivatie van de vrouwen zelf. Bij de methode hoort de brochure 'Maak je eigen trajectplan', waarmee cliënten hun eigen trajectplan kunnen vormgeven.
![]()
Informeel Gewaardeerd
De FNV Vrouwenbond wil vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid bieden zich beter te kwalificeren. daarom ontwikkelde de bond het project Informeel gewaardeerd, waarin een EVC instrument is ontwikkeld voor de onbetaalde zorgarbeid die vrouwen thuis verrichten. Inmiddels heben al ruim 70 vrouwen de training met succes afgerond, wardoor hun zelfvertrouwen en hun kansen op een betaalde baan zijn vergroot. De methodiek is vastgelegd in een handboek, zodat gemeenten en reintegratiebedrijven hiermee aan de slag kunnen gaan. Ook is er een aantal trainsters beschikbaar om de training uit te voeren. Het project Het handboek Informeel Gewaardeerd kan worden besteld door te mailen naar de FNV Vrouwenbond.![]()
Studerende ouders.
De FNV Vrouwenbond werkt nauw samen met het steunpunt studerende moeders, dat in kaart heeft gebracht wat de knelpunten zijn voor allleenstaande moeders die studeren en welke oplossingen er nodig zijn. De stichting heeft daarover een rapport gemaakt dat is aangeboden aan diverse leden van het Kabinet, gemeenten en andere organisaties. Ook heeft de stichting tips opgesteld voor gemeenten om alleenstaande ouders die willen studeren te ondersteunen.
![]()
Feiten en cijfers
- Een op de zes gezinnen met kinderen is een eenoudergezin
- ongeveer de helft van de eenoudergezinnen ontstaat door scheiding
- In 85% van de eenoudergezinnen is de ouder een vrouw
- Een derde van de alleenstaande ouders heeft een bijstandsuitkering
- Ruim de helft van de eenoudergezinnen leeft onder het sociaal minimum
Alleenstaande ouders vormen een groeiende groep in de samenleving. Naar verwachting zal deze groep in 2020 een vijfde deel van alle gezinnen uitmaken.
In 1977 had 34,8% van de arme huishoudens een vrouw aan het hoofd. Twintig jaar later gold dat voor 55,7%.
De groep alleenstaande ouders omvat volgens het CBS meer dan 350.000 huishoudens. Gemiddeld heeft de helft van deze eenoudergezinnen een laag inkomen. Onder eenoudergezinnen van zwarte, migranten en vluchtelingenvrouwen is het percentage lage inkomens zelfs 60%. Eenoudergezinnen met een bijstands-, werkloosheids- of arbeidsongeschiktheids-uitkering hebben een hoog armoede risico: bijna 80% van deze eenoudergezinnen heeft een laag inkomen. Overigens is onder eenoudergezinnen met inkomen uit arbeid ook een relatief hoog percentage lage inkomens, namelijk 22%. Het hoge armoedepercentage onder eenoudergezinnen betekent dat in Nederland 1 op de 8 kinderen onder de 15 jaar in armoede opgroeit.
SCP onderzoek uit 2004 wijst uit dat 37% van de alleenstaande ouders voortdurend zorgen over de financiële situatie heeft. Ruim een derde heeft zeer veel moeite om de vaste lasten te betalen en meer dan een kwart van de alleenstaande ouders heeft minimaal één betalingsachterstand. Van de gezinnen die onder het beleidsmatig minimum leven (veelal eenoudergezinnen), zegt bijna de helft te weinig geld te hebben om regelmatig nieuwe kleren voor de kinderen te kopen. In 36% van deze gezinnen kunnen kinderen vanwege de kosten geen lid zijn van een sportclub of andere vereniging.
De overgrote meerderheid van de alleenstaande ouders is vrouw (84%). De kinderen die bij alleenstaande vaders wonen zijn bovendien veelal ouder dan 13 jaar. Een op de drie eenoudergezinnen is van niet-Nederlandse afkomst. Vooral moeders van Surinaamse en Antillaanse afkomst zijn vaak alleenstaand.
Alleenstaande ouders die voor de opgave staan om arbeid- en zorgtaken te combineren, hebben grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Omdat zij alleen voor de zorg van hun kinderen staan, is het bijna niet mogelijk om fulltime te werken. Toch werken relatief veel alleenstaande moeders fulltime, omdat zij het anders financieel niet redden. In 2007 had 22% van de werkende alleenstaande moeders met minderjarige kinderen een voltijdbaan (tegenover 11% van degenen met een partner).
Veel alleenstaande ouders hebben een beroep met een laag inkomen, zoals de zorg, de schoonmaak, callcenters en de detailhandel. Steeds vaker is het niet mogelijk om voldoende uren te werken, omdat er geen voltijdscontracten worden aangeboden door werkgevers. Hierdoor hebben zij soms 2 of 3 banen die ze dan ook nog moeten combineren met de zorg voor hun kinderen.
Daarnaast zijn sinds januari 2010 alleenstaande werkende ouders er in hun inkomen behoorlijk op achteruit gegaan door het verlagen van de alleenstaande ouderkorting met ruim € 550. Voor alleenstaande werkende ouders met kinderen ouder dan twaalf jaar is er geen compensatie via het kindgebonden budget of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Als kinderen 16 jaar worden gaan zij er ook nog € 1459 per jaar extra op achteruit, doordat de aanvullende alleenstaande-ouderkorting vervalt als het kind 16 jaar wordt.
Alleenstaande ouders hebben het dus zowel financieel als qua zorgtaken erg zwaar. Het inkomen van alleenstaande ouders is dus meestal laag en ze moeten veel uren werken om hun gezin te onderhouden, waar ze ook in hun eentje zorgverantwoordelijk voor zijn.
Hier speelt een combinatie van factoren die vaak zorgt voor belemmeringen zowel voor de ouder als de kinderen om een goed maatschappelijke participatie mogelijk te maken.
![]()
Onderzoek NIBUD
Het Nibud presenteerde eind maart 2009 een onderzoek naar de financiële positie van gescheiden moeders.
Vrouwen hebben het na een scheiding, financieel gezien, een stuk moeilijker dan mannen. Vooral gescheiden moeders, bij wie de kinderen blijven wonen, hebben het zwaar. Zij verdienen weinig omdat ze vaak parttime werken en krijgen vaak geen kinderalimentatie. Slechts de helft van de gescheiden ouders maakt afspraken over kinderalimentatie. Partneralimentatie komt nog minder voor. Slechts 10% van de gescheiden stellen regelt dat. Dit blijkt uit het onderzoek ‘De financiële gevolgen van scheiden’ van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Het Nibud maakt zich met name zorgen om moeders die niet getrouwd waren of geen geregistreerd partnerschap hadden. Als niet-gehuwden uit elkaar gaan, zijn zij niet wettelijk verplicht een ouderschapsplan te maken of elkaar financieel te onderhouden. Dit gebeurt dan ook weinig, terwijl dit volgens het Nibud wel vaker nodig zou zijn.
Het onderzoek Financiële gevolgen van scheiden en veel andere handige informatie is te downloaden op www.nibud.nl
![]()
Handige websites
Er zijn allerlei regelingen en mogelijkheden om het inkomen aan te vullen. Om te zorgen dat je dar optimaal gebruik van maakt zijn er veel handigewebsites met informatie. Hier vind je daarvan een overzicht.
![]()
Vergroot je kansen
Mijn Route is een website waarmee alleenstaande moeders met een (aanvullende) bijstandsuitkering hun persoonlijke situatie kunnen verbeteren door het heft in eigen hand te nemen. Mijn Route is ontwikkeld door De Argumentenfabriek, met subsidie van Stichting Instituut Gak. Via deze link kom je op de website mijm route

