Homepage
Wie zijn wij
Wat willen wij
Publicaties
Lid worden
Actiefworden
Contact
Actueel
Meer kansen voor alleenstaande ouders
Feiten en cijfers
Meer kansen voor alleenstaande ouders
Aparte inkomensregeling
Experimenten van start
18plus regeling
Minder
Met een andere blik
Informeel Gewaardeerd
Studerende ouders
Onderzoek NIBUD


Alleen opvoeden van kinderen is een taak vergelijkbaar met een deeltijdbaan. Het werk is bovendien van groot maatschappelijk belang. De FNV Vrouwenbond pleit daarom al jaren voor een aparte inkomensregeling, waarbij werken én zorgen beide lonen. Dit idee is uiteindelijk overgenomen door de politiek. Met dank aan Sasika Noorman-Den Uyl, oud-kamerlid van de PvdA die hiertoe een wetsvoorstel heeft ingediend (de wet Vazalo).

 

Feiten en cijfers
- Een op de zes gezinnen met kinderen is een eenoudergezin
- ongeveer de helft van de eenoudergezinnen ontstaat door scheiding
- In 85% van de eenoudergezinnen is de ouder een vrouw
- Een derde van de alleenstaande ouders heeft een bijstandsuitkering
- Ruim de helft van de eenoudergezinnen leeft onder het sociaal minimum

Alleenstaande ouders vormen een groeiende groep in de samenleving. Naar verwachting zal deze groep in 2020 een vijfde deel van alle gezinnen uitmaken.
In 1977 had 34,8% van de arme huishoudens een vrouw aan het hoofd. Twintig jaar later gold dat voor 55,7%.
De groep alleenstaande ouders omvat volgens het CBS meer dan 350.000 huishoudens. Gemiddeld heeft de helft van deze eenoudergezinnen een laag inkomen. Onder eenoudergezinnen van zwarte, migranten en vluchtelingenvrouwen is het percentage lage inkomens zelfs 60%. Eenoudergezinnen met een bijstands-, werkloosheids- of arbeidsongeschiktheids-uitkering hebben een hoog armoede risico: bijna 80% van deze eenoudergezinnen heeft een laag inkomen. Overigens is onder eenoudergezinnen met inkomen uit arbeid ook een relatief hoog percentage lage inkomens, namelijk 22%. Het hoge armoedepercentage onder eenoudergezinnen betekent dat in Nederland 1 op de 8 kinderen onder de 15 jaar in armoede opgroeit.

SCP onderzoek uit 2004 wijst uit dat 37% van de alleenstaande ouders voortdurend zorgen over de financiële situatie heeft. Ruim een derde heeft zeer veel moeite om de vaste lasten te betalen en meer dan een kwart van de alleenstaande ouders heeft minimaal één betalingsachterstand. Van de gezinnen die onder het beleidsmatig minimum leven (veelal eenoudergezinnen), zegt bijna de helft te weinig geld te hebben om regelmatig nieuwe kleren voor de kinderen te kopen. In 36% van deze gezinnen kunnen kinderen vanwege de kosten geen lid zijn van een sportclub of andere vereniging.

De overgrote meerderheid van de alleenstaande ouders is vrouw (84%). De kinderen die bij alleenstaande vaders wonen zijn bovendien veelal ouder dan 13 jaar. Een op de drie eenoudergezinnen is van niet-Nederlandse afkomst. Vooral moeders van Surinaamse en Antillaanse afkomst zijn vaak alleenstaand.
Alleenstaande ouders die voor de opgave staan om arbeid- en zorgtaken te combineren, hebben grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Omdat zij alleen voor de zorg van hun kinderen staan, is het bijna niet mogelijk om fulltime te werken. Toch werken relatief veel alleenstaande moeders fulltime, omdat zij het anders financieel niet redden. In 2007 had 22% van de werkende alleenstaande moeders met minderjarige kinderen een voltijdbaan (tegenover 11% van degenen met een partner).
Veel alleenstaande ouders hebben een beroep met een laag inkomen, zoals de zorg, de schoonmaak, callcenters en de detailhandel. Steeds vaker is het niet mogelijk om voldoende uren te werken, omdat er geen voltijdscontracten worden aangeboden door werkgevers. Hierdoor hebben zij soms 2 of 3 banen die ze dan ook nog moeten combineren met de zorg voor hun kinderen.
Daarnaast zijn sinds januari 2010 alleenstaande werkende ouders er in hun inkomen behoorlijk op achteruit gegaan door het verlagen van de alleenstaande ouderkorting met ruim € 550. Voor alleenstaande werkende ouders met kinderen ouder dan twaalf jaar is er geen compensatie via het kindgebonden budget of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Als kinderen 16 jaar worden gaan zij er ook nog € 1459 per jaar extra op achteruit, doordat de aanvullende alleenstaande-ouderkorting vervalt als het kind 16 jaar wordt.
Alleenstaande ouders hebben het dus zowel financieel als qua zorgtaken erg zwaar. Het inkomen van alleenstaande ouders is dus meestal laag en ze moeten veel uren werken om hun gezin te onderhouden, waar ze ook in hun eentje zorgverantwoordelijk voor zijn.
Hier speelt een combinatie van factoren die vaak zorgt voor belemmeringen zowel voor de ouder als de kinderen om een goed maatschappelijke participatie mogelijk te maken.

 



Meer kansen voor alleenstaande ouders
De FNV Vrouwenbond gaat zich samen met de FNV vakcentrale inzetten voor de verbetering van de positie van alleenstaande ouders, zowel zij die betaald werken als degenen die afhankelijk zijn van een uitkering. Want amoede doet zich vooral voor bij alleenstaande ouders. Meestal zijn het vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Via betaalde arbeid kunnen alleenstaande ouders vaak niet voldoende inkomen verwerven om een economisch onafhankelijk bestaan op te bouwen. Grote groepen alleenstaande vrouwen met hun kinderen zijn daardoor tot armoede veroordeeld. Een op de zes gezinnen met kinderen is eenoudergezin. Ruim de helft daarvan moet zien rond te komen van een inkomen onder het sociaal minimum.

In het Europees jaar van de bestijding van armoede en sociale uitsluiting is het daarom van groot belang om juist de verbetering van inkomens- en arbeidsmarktpositie van alleenstaande ouders een centrale plaats te geven.
De FNV Vrouwenbond doet dit in samenwerking met de FNV binnen het project 'Meer kansen voor Alleenstaande Ouders'. In vier gemeenten worden groepen vrijwilligers van de FNV Lokaal groepen getraind om alleenstaande ouders op lokaal niveau te informeren over mogelijkheden om hun inkomen en arbeidsmarktpositie te verbeteren en hen te ondersteunen die mogelijkheden te benutten. De lokale groepen zullen bovendien het beleid en de beleidsuitvoering in de betreffende gemeente samen met de betrokken alleenstaande ouders volgen en zonodig aanbevelingen doen om dat beleid te optimaliseren. De resultaten van deze pilot worden vastgelegd in een overdraagbare methodiek met handleiding voor FNV Lokaal groepen in alle andere gemeenten.
Voor dit project wordt subsidie verstrekt door het ministerie van SZW.



Aparte inkomensregeling

De FNV Vrouwenbond wil de sociaal-economische positie van deze alleenstaande moeders verbeteren. o.a. door een aparte inkomensregeling die zorg en werk beloont.
Een fulltime baan is voor alleenstaande ouders te veel gevraagd, vindt de Vrouwenbond. Zij hebben immers tijd nodig voor de zorg voor hun kinderen. Maar het probleem is dat met parttime werk, zeker als het om laag geschoold werk gaat, nauwelijks uit de bijstandsuitkering te komen is.
De FNV Vrouwenbond heeft daarom - samen met het inmiddels opgeheven Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand - een inkomensregeling bedacht voor alleenstaande ouders, die werken vanaf 20 uur per week al lonend maakt. Saskia Noorman-Den Uyl, tot 2006 TK-lid voor de PvdA, heeft op basis hiervan de wet Vazalo ontworpen. Het wetsvoorstel is echter afgewezen door de Raad van State.



Experimenten van start
Daarna is door het Kabinet een nieuw voorstel gemaakt voor een experiment om alleenstaande bijstandsouders aan werk te helpen. Per 1 januari 2009 is een experiment gestart om het voor alleenstaande ouders in de bijstand financieel aantrekkelijk te maken deeltijdwerk te gaan verrichten. Deelnemers houden meer geld over naarmate ze meer uren werken en kunnen bonussen krijgen bij scholing en uitstroom naar een baan.
Doel van de regeling is om te kijken of financiële prikkels helpen om alleenstaande bijstandsouders met kinderen tot 12 jaar de stap naar werk te laten zetten. Uiteindelijk moet dit leiden tot duurzame uitstroom naar werk.
De regeling houdt in dat deelnemers in deeltijd aan de slag gaan, al dan niet in combinatie met scholing. Hoe meer uren ze werken, hoe meer ze van het zelf verdiende geld overhouden, tot maximaal 120 euro per maand bovenop de uitkering. Volgen ze naast hun werk een training of opleiding die hun positie op de arbeidsmarkt versterkt, dan krijgen ze een bonus van maximaal 600 euro per jaar. Als de deelnemers werk vinden waardoor ze uit de bijstand raken, dan ontvangen ze eenmalig 500 euro. Voorwaarde is dat de uitstroom duurzaam is, oftewel langer dan zes maanden. Er zijn 25 gemeenten met het experiment gestart:
Almere, Amsterdam, Bodegraven, Breda, De Marne, Deventer, Echt-Susteren, Enschede, Groningen, Heerenveen, Hellevoetsluis, Langedijk, Nijmegen, Purmerend, Raalte, Reiderland, Rijssen/Holten, Scheemda, Schiedam, Twenterand, Vlaardingen, Winschoten, Winsum, Zoetermeer, Zwolle.
In de deelnemende gemeenten zijn er 16.000 alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering. Het experiment bij gemeenten loopt tot en met 30 juni 2011. Daarna bekijkt de staatssecretaris of het experiment succesvol is en bredere navolging verdient. Met het experiment is 7 miljoen euro gemoeid.

De FNV Vrouwenbond is blij dat de experimenten nu eindelijk van start zijn gegaan, al was het direct invoeren van een wet natuurlijk beter geweest. De regeling is eenvoudiger uitvoerbaar dan het eerdere voorstel, wat problemen in de toekomst kan voorkomen. Er wordt nl. alleen gekeken naar het aantal uren dat gewerkt is, niet het inkomen wat er mee verdiend is, want dit leidt bij wisselende inkomsten ook nu al vaak tot verkeerde berekeningen. Ook het feit dat duidelijk wordt gekozen voor de combinatie van scholing en betaald werk spreekt de FNV Vrouwenbond erg aan. Groot voordeel is ook, dat betaald werken loont, ook voor langere tijd. Nu is de termijn van een vrijlatingsregeling meestal maximaal 6 maanden. Maar de bond vindt wel dat het vrij te laten bedrag erg laag is en vindt het niet goed dat pas bij 30 uur betaald werken het maximum van de vrijlating wordt bereikt. Dit zou maximaal 24 uur moeten zijn.
Daarnaast is de bond ontevreden met de leeftijdsgrens van de kinderen, die is nl. van 16 jaar voor het jongste kind, zoals die was in het wetsvoorstel VAZALO, verlaagd naar 12 jaar.
Wat de FNV Vrouwenbond verder onjuist vindt, is dat het door het Kabinet genoemde doel van de experimenten is ‘om te kijken of financiële prikkels helpen om alleenstaande bijstandsouders met kinderen tot 12 jaar de stap naar werk te laten zetten.’ Terwijl zowel door de indiener van het wetsvoorstel VAZALO, Saskia Noorman-denUyl als door de FNV als belangrijk argument werd aangevoerd de erkenning dat de zorg voor kinderen tijd kost en dat het lastig is dit te combineren met een voltijdbaan, zeker als je er alleen voor staat.
Het zou het Kabinet sieren om dit argument ook nu als uitgangspunt te nemen voor het beleid t.b.v. alleenstaande ouders.



18plus regeling
Als het jongste kind van een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering 18 wordt, gaat de ouder er zo’n twintig procent in inkomen op achteruit. Zij wordt dan beschouwd als alleenstaande, ook als het kind thuis blijft wonen en geen eigen inkomsten heeft. De FNV Vrouwenbond vindt dit onrechtvaardig en pleit voor een landelijke regeling om dit probleem op te lossen. En heeft daarvoor inmiddels gehoor gevonden bij staatssecretaris Aboutaleb, die beloofd heeft de gemeenten er op te wijzen dat er geen sprake mag zijn van inkomensachteruitgang voor het gezin. 
Op dit moment is het zo dat als het jongste kind van een alleenstaande ouder in de bijstand 18 wordt, hij of zij wordt geacht mee te betalen in de kosten van levensonderhoud, ook al heeft hij/zij alleen studiefinanciering. Ook worden bijverdiensten van de studerende zoon of dochter vaak geheel of gedeeltelijk gekort op de uitkering van de ouder (meestal de moeder) terwijl andere studenten rond € 10.000 per jaar mogen bijverdienen. Zo krijgen kinderen uit een gezin waar de moeder een uitkering heeft, minder kansen.
De Vrouwenbond heeft een regeling uitgewerkt waarbij de studiefinanciering en eventuele bijverdiensten van het studerende kind buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de hoogte van de (bijstands)uitkering van de moeder. De bond pleit ervoor dat zo’n regeling landelijk wordt ingevoerd.  
Inmiddels heeft staatssecretaris JettaKleinsma aan de 2e Kamer toegezegd dat er een landelijke regeling gaat komen. Dit is het resultaat van een stevige lobby die de FNV Vrouwenbond samen met de vakcentrale FNV heeft gevoerd.
Alleenstaande ouders in de bijstand krijgen wettelijk recht op een toeslag van 250 euro per maand wanneer hun thuiswonende, jongste kind 18 wordt en gaat studeren. Zij krijgen deze toeslag om de bijstandsuitkering aan te vullen, die automatisch wordt verlaagd wanneer het jongste kind de leeftijd van 18 jaar bereikt en aan een studie begint. Ondanks een gerechtelijke uitspraak keren niet alle gemeenten deze toeslag uit. Het gaat om veertien procent van alle gemeenten. De staatssecretaris gaat deze verplichting nu wettelijk verankeren. De inwonende studerende kinderen krijgen weliswaar een eigen inkomen in de vorm van studiefinanciering, maar hiermee wordt de inkomensachteruitgang van de ouder niet gecompenseerd. "Van kinderen met alleen studiefinanciering kan niet worden verwacht dat ze substantieel bijdragen aan de kosten van de huishouding", aldus de bewindsvrouw.



Minder te besteden.
Alleenstaande ouders met een inkomen uit betaald werk met kinderen boven de twaalf hebben sinds januari 2009 honderden euro’s minder te besteden. Dit als gevolg van de verlaging van de alleenstaande-ouderkorting van 1459 naar 902 euro. Dat betekent dat alleenstaande ouders per jaar 557 euro moeten inleveren. Op een oproep van de FNV en FNV Vrouwenbond kwamen tientallen reacties van vrouwen die hier onder te lijden hebben.

Voor alleenstaande werkende ouders met kinderen ouder dan twaalf jaar is er geen compensatie via het kindgebonden budget of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Voor werkende alleenstaande ouders met jongere kinderen wordt dit gat in de meeste gevallen wél gevuld door de IACK. “Er zijn dus aardig wat ouders die tussen wal en schip vallen”, zegt beleidsmedewerker Linda Rigters van de FNV.
Als kinderen 16 jaar worden gaan werkende alleenstaande ouders er ook nog eens 1459 euro per jaar extra op achteruit, doordat de aanvullende alleenstaande-ouderkorting vervalt als het kind 16 jaar wordt. Deze ouders vragen zich terecht af waarom een kind van 15 jaar zoveel duurder is dan een kind van 16 jaar of ouder.

De FNV en FNV Vrouwenbond pleiten daarom voor compensatie van het inkomensverlies van ouders met kinderen ouder dan 12 jaar. Zij doen een voorstel aan de Tweede Kamer om de leeftijd voor de aanvullende alleenstaande-ouderkorting te verhogen naar tenminste 18 jaar, of de leeftijd waarop het kind studiefinanciering krijgt.

Uit het FNV-project ’Krap an’ dat werkende armen zichtbaar wil maken, blijkt dat armoede zich vooral voordoet bij alleenstaande ouders. Vaak vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Ondanks een grote deeltijdbaan komen ze met hun kinderen in de armoede terecht.
Informatie over de regeling is hier te vinden.




Met een andere blik
‘Alleenstaande ouders kunnen en willen veel, je moet het alleen durven zien!!’ Dat vindt de FNV Vrouwenbond en daarom maakte de bond een brochure met tips voor de begeleiding en reïntegratie van alleenstaande ouders is. Vertrekpunt daarbij is de kracht, kwaliteiten en motivatie van de vrouwen zelf. Bij de methode hoort de brochure 'Maak je eigen trajectplan', waarmee cliënten hun eigen trajectplan kunnen vormgeven. 



Informeel Gewaardeerd

De FNV Vrouwenbond wil vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid bieden zich beter te kwalificeren. daarom ontwikkelde de bond het project Informeel gewaardeerd, waarin een EVC instrument wordt ontwikkeld voor de onbetaalde zorgarbeid die vrouwen thuis verrichten. De groepen starten in september 2008. Meer informatie of aanmelden kan door mailen naar de FNV Vrouwenbond.



Studerende ouders.
De FNV Vrouwenbond werkt nauw samen met het steunpunt studerende moeders, dat in kaart heeft gebracht wat de knelpunten zijn voor allleenstaande moeders die studeren en welke oplossingen er nodig zijn. De stichting heeft daarover een rapport gemaakt dat is aangeboden aan diverse leden van het Kabinet, gemeenten en andere organisaties. Ook heeft de stichting tips opgesteld voor gemeenten om alleenstaande ouders die willen studeren te ondersteunen.

 

Onderzoek NIBUD
Het Nibud presenteerde eind maart 2009 een onderzoek naar de financiële positie van gescheiden moeders.
Vrouwen hebben het na een scheiding, financieel gezien, een stuk moeilijker dan mannen. Vooral gescheiden moeders, bij wie de kinderen blijven wonen, hebben het zwaar. Zij verdienen weinig omdat ze vaak parttime werken en krijgen vaak geen kinderalimentatie. Slechts de helft van de gescheiden ouders maakt afspraken over kinderalimentatie. Partneralimentatie komt nog minder voor. Slechts 10% van de gescheiden stellen regelt dat. Dit blijkt uit het onderzoek ‘De financiële gevolgen van scheiden’ van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Het Nibud maakt zich met name zorgen om moeders die niet getrouwd waren of geen geregistreerd partnerschap hadden. Als niet-gehuwden uit elkaar gaan, zijn zij niet wettelijk verplicht een ouderschapsplan te maken of elkaar financieel te onderhouden. Dit gebeurt dan ook weinig, terwijl dit volgens het Nibud wel vaker nodig zou zijn.
Het onderzoek Financiële gevolgen van scheiden en veel andere handige informatie is te downloaden op www.nibud.nl  


Meer kansen voor alleenstaande ouders

De FNV Vrouwenbond gaat zich dit jaar samen met de FNV vakcentrale extra inzetten voor de verbetering van de positie van alleenstaande ouders, zowel zij die betaald werken als degenen die afhankelijk zijn van een uitkering. Want armoede doet zich vooral voor bij alleenstaande ouders. Meestal zijn het vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Via betaalde arbeid kunnen alleenstaande ouders vaak niet voldoende inkomen verwerven om een economisch onafhankelijk bestaan op te bouwen. Grote groepen alleenstaande vrouwen met hun kinderen zijn daardoor tot armoede veroordeeld. Een op de zes gezinnen met kinderen is eenoudergezin. Ruim de helft daarvan moet zien rond te komen van een inkomen onder het sociaal minimum.
Op 15 februari van 10.00 tot 15.30 uur is er een bijeenkomst voor alleenstaande ouders waar hun wensen, maar ook de knelpunten die ze tegen komen worden geinventariseerd om daarmee het beleid te beinvloeden.  Aanmelden kan via post@fnvvrouwenbond.nl




 
  © FNV Vrouwenbond | Disclaimer