Wat wil de FNV Vrouwenbond
Bezuiniging toeslag alleenstaande ouders
Meer kansen voor alleenstaande ouders
Alleenstaande ouders met betaald werk
Met een andere blik
Informeel Gewaardeerd
Studerende ouders
Feiten en cijfers
Onderzoek NIBUD
Handige websites
Vergroot je kansen
Alleen opvoeden van kinderen is een taak vergelijkbaar met een deeltijdbaan. Het werk is bovendien van groot maatschappelijk belang. De FNV Vrouwenbond pleit daarom al jaren voor een aparte inkomensregeling, waarbij werken én zorgen beide lonen. Dit idee is uiteindelijk overgenomen door de politiek. Met dank aan Saskia Noorman-Den Uyl, oud-kamerlid van de PvdA die hiertoe een wetsvoorstel heeft ingediend (de wet Vazalo).
Nieuwe regels WWB per 1 januari 2012
Gezinsbijstand
Vanaf 1 januari 2011 gaat de gezinsbijstand in. Dit houdt in dat het gezin als eenheid recht heeft op de, voor hun geldende, maximale bijstandsnorm. Onder gezin wordt verstaan bloed- en aanverwanten in de eerste graad die in dezelfde woning het hoofdverblijf hebben. Met andere woorden de ouder(s), eventuele partner, minder- en meerderjarige kinderen (incl. stief- en aangetrouwde kinderen) die op hetzelfde adres wonen, krijgen samen één uitkering. Leden van het gezin kunnen dus niet meer individueel een uitkering ontvangen (bijv. de moeder en een meerderjarig kind). Omdat de bijstand aan het hele gezin verstrekt wordt, worden alle inkomsten en vermogen (spaargeld, auto etc.) van iedereen meegeteld.
Dit betekend dat inkomsten van jezelf, eventuele partner en/of meerderjarige kinderen worden ingehouden op de uitkering (ook ww e.d.).
Inkomsten minderjarige kinderen
Voor de inkomsten van minderjarige kinderen geldt er een vrijlating van gelijk aan of hoger dan de inkomensgrens die voor de kinderbijslag geldt (om recht te hebben op kinderbijslag mag een minderjarig kind maar een X bedrag bijverdienen, zie svb.nl). Feitelijk houdt dit in dat alleen hoge inkomsten van minderjarige kinderen die niet in verhouding staan met wat leeftijdsgenoten verdienen (bijv. Modellen werk, internetbedrijf) mee geteld worden.
Studerende kinderen
Wanneer een meerderjarig kind studeert of een opleiding volgt dan wordt het inkomen van dat kind tot de inkomensgrens van de Wet studiefinanciering (zie ib-groep.nl) vrijgelaten in de bepaling van de hoogte van de gezinsbijstand. Dit is om te stimuleren dat jongeren een opleiding behalen en hiermee hun kans op werk vergroten. Het hele gezin, behalve de minderjarige kinderen, is verantwoordelijk voor het verkrijgen en behouden van voldoende inkomsten, maar ook voor het houden aan verplichtingen om maatregelen (korting) op de uitkering te voorkomen. Voldoet één van de gezinsleden niet dan kan voor deze persoon de uitkering geweigerd of verlaagd worden.
Afschaffing WIJ
Door de afschaffing van de WIJ met ingang van 1 januari 2012 vallen ook jongeren tot 27 jaar weer onder de WWB en dus ook onder de gezinsbijstand en huishoudinkomenstoets. Wel zijn voor iedereen die zich meldt na 1 januari de regels aangescherpt. Ten eerste geldt voor iedereen onder de 27 jaar een zoektermijn van 4 weken naar werk of opleiding. Er kan dan nog geen aanvraag worden ingediend, dat kan pas na de zoektermijn. In deze periode kan er dus nog geen voorschot aangevraagd worden en bestaat er geen ondersteuning van de gemeente bij het zoeken naar werk of scholing. Indien een jongere samen met iemand boven de 27 een aanvraag indient (ouders of een partner) dan kan de aanvraag wel ingenomen worden, de zoektermijn geldt tenslotte alleen voor de jongere.
Uitzondering zorgbehoevende
Er bestaat een mogelijkheid op uitzondering voor een zorgbehoevend gezinslid, zodat deze zelfstandig recht heeft op een uitkering. Of iemand daarvoor in aanmerking kan komen, wordt door de gemeente beoordeeld. Voorwaarden zijn dat de zorgbehoevende beschikt over een indicatiestelling van 10 uur of meer zorg en dat deze wordt gegeven door een ouder of kind. Ook kan in een dergelijk geval de arbeidsverplichtingen van de zorgverlener pas opgelegd worden als blijkt dat de zorg voor het gezinslid te combineren is met werk. Dit is om te voorkomen dat mensen die nu thuis verzorgd worden naar een zorginstelling moeten.
WAJONG
Meerderjarige kinderen die nu een WAJONG uitkering ontvangen worden (vooralsnog) ook niet bij mee geteld bij de gezinsbijstand. Hun inkomsten/ uitkering worden dus niet gekort op de gezinsbijstand.
Vrijlatingsregeling
De gemeente kan voor een periode van maximaal 6 maanden 25% van de inkomsten met een maximum van 187 euro vrijlaten. Dit verschilt per gemeente. Deze vrijlating geldt echter niet voor de jongere onder de 27 jaar.
Mensen die op 1 januari 2012 een uitkering hadden, hebben nog tot 1 juli 2012 de tijd zich voor te bereiden op deze wijzigingen. Per 1 juli 2012 gelden ook voor deze groep mensen de nieuwe regels.
Wijzigingen alleenstaande ouders
Op grond van art. 9A kan de alleenstaande ouder met kinderen tot 5 jaar ontheffing van de arbeidsverplichting krijgen. Deze ontheffing wordt echter 1 keer verleend en de alleenstaande ouder is wel verplicht scholing te volgen. Als de alleenstaande ouder onvoldoende meewerkt kan dat recht worden ingetrokken en niet meer opnieuw worden verleend.
De vrijlating van heffingskortingen voor alleenstaande ouders met kinderen onder de 5 komt te vervallen. Hiervoor is een vrijlating van inkomsten in de plaats gekomen voor alleenstaande ouders met kinderen onder de 12 van 12,5 % van hun inkomen met een maximum van 120 per maand. Deze vrijlating geldt voor maximaal 3 jaar en kan per gemeente verschillen. De vrijlating van 12,5% kan alleen worden toegepast indien de inkomensvrijlating van 25% gedurende 6 maanden is toegepast.
![]()
Wat wil de FNV Vrouwenbond
De FNV Vrouwenbond wil de sociaal-economische positie van alleenstaande ouders verbeteren. o.a. door een aparte inkomensregeling die zorg en werk beloont.
Een fulltime baan is voor alleenstaande ouders te veel gevraagd, vindt de Vrouwenbond. Zij hebben immers tijd nodig voor de zorg voor hun kinderen. Maar het probleem is dat met parttime werk, zeker als het om laag geschoold werk gaat, nauwelijks uit de bijstandsuitkering te komen is.
De FNV Vrouwenbond heeft daarom inmiddels al weer lang geleden een inkomensregeling bedacht voor alleenstaande ouders, die werken vanaf 20 uur per week al lonend maakt. Saskia Noorman-Den Uyl, tot 2006 TK-lid voor de PvdA, heeft op basis hiervan de wet Vazalo ontworpen. Het wetsvoorstel werd echter afgewezen door de Raad van State. Daarna is door het Kabinet een nieuw voorstel gemaakt voor een experiment om alleenstaande bijstandsouders aan werk te helpen. Per 1 januari 2009 is een experiment gestart om het voor alleenstaande ouders in de bijstand financieel aantrekkelijk te maken deeltijdwerk te gaan verrichten. De invoering van de vrijlatingsregeling per 1 januari 2012 vervangt de experimentenregelnig en geldt vanaf die datum dus voor alle gemeenten. Het beteeft echter een regeling voor een beperkt aantal jaren, waarmee dus nog onvoldoende tegemoet wordt gekomen aan de eis dat er een permanente regeling moet komen voor alleenstaande ouders waarmee het daadwerkelijk mogelijk is om betaald wer ken zorgtaken te combineren.
![]()
Bezuiniging toeslag alleenstaande ouders
De aangekondigde bezuinigingen op de alleenstaande oudertoeslagen zijn zo goed als van de baan.
Samen met de FNV vakcentrale en Ouder Alleen voerde de FNV Vrouwenbond een lobby tegen de invoering van deze bezuinigingsmaatregel. En met succes! Want Minister Kamp schrijft begin juni 2011 in een brief aan de Tweede kamer dat de bezuinigingen op de alleenstaande ouderkortingen voor een groot deel worden teruggenomen.
Als het aan het Kabinet had gelegen zouden alleenstaande ouders er flink op achteruit gaan. Op dit moment krijgen alleenstaande ouders met een of meer kinderen onder de 27 jaar een maandelijkse belastingkorting van 75 euro. Werkende alleenstaande ouders met minstens een kind jonger dan 16 jaar krijgen daar nog een inkomensafhankelijke belastingkorting bovenop tot maximaal 1484 euro per jaar. Het kabinet wilde bezuinigen door beiden leeftijdgrenzen van de kinderen van de alleenstaande ouders terug te schroeven naar 12 jaar. Maar dat gaat niet door. Voor de alleenstaande ouderkorting wordt de leeftijdsgrens van 27 naar 18 verlaagd i.p.v. naar 12 jaar en voor de aanvullende alleenstaande ouderkorting komt er geen verlaging leeftijdsgrens. Dat betekent dat de maatregel bijna helemaal teruggenomen is. Enige wat overblijft is de verlaging van de leeftijdsgrens voor de alleenstaandeouder korting naar 18 jaar, maar die was met 27 jaar ook bijzonder hoog.
Alleenstaande ouders zijn in de meeste gevallen moeders, doorgaans niet degene die makkelijk 75 tot 200 euro per maand kunnen inleveren; volgens het armoedesignalement 2010 kampen eenoudergezinnen vier keer zo vaak met armoede als gemiddeld.
Een scheiding of overlijden brengt de financiën van een huishouden uit balans. Het is niet eenvoudig om alles dan weer op de rit te krijgen. Een alleenstaande ouder kan in veel gevallen niet fulltime deelnemen aan het arbeidsproces.
Ook zijn veel alleenstaande ouders herintreders. Omdat in de praktijk vrouwen het leeuwendeel van de verzorging voor hun rekening nemen, hebben zij niet of minder aan hun carrière kunnen werken. Daardoor beginnen zij met een achterstand op de arbeidsmarkt en is hun verdiencapaciteit significant lager.
![]()
Meer kansen voor alleenstaande ouders
Armoede doet zich vooral voor bij alleenstaande ouders. Meestal zijn het vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Via betaalde arbeid kunnen alleenstaande ouders vaak niet voldoende inkomen verwerven om een economisch onafhankelijk bestaan op te bouwen. Grote groepen alleenstaande vrouwen met hun kinderen zijn daardoor tot armoede veroordeeld. Een op de zes gezinnen met kinderen is eenoudergezin. Ruim de helft daarvan moet zien rond te komen van een inkomen onder het sociaal minimum.
Bij de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting moet de verbetering van de inkomens- en arbeidsmarktpositie van alleenstaande ouders daarom boven aan de agenda staan. Belangrijke voorwaarden daarvoor zijn voldoende ondersteuning en voorzieningen waardoor alleenstaande ouders een kwalitatief goede baan kunnen krijgen en behouden. Een baan die écht te combineren is met voldoende aandacht en zorg voor hun kinderen en die – ook als het een deeltijdbaan is - voldoende inkomen biedt om uit de armoede te komen.
Het realiseren van die voorwaarden stond centraal in het project ‘Meer Kansen voor Alleenstaande Ouders’ dat de FNV Vrouwenbond in samenwerking met de FNV in 2010 uitvoerde. FNV vrijwilligers werden getraind om samen met betrokkenen te inventariseren welke belemmeringen alleenstaande ouders met een laag inkomen ondervinden binnen het lokale beleid en welke oplossingen zij zelf zien om hun werk- en inkomenspositie te verbeteren. In een Manifest werden de prioriteiten voor het lokale beleid om armoede onder gezinnen van alleenstaande ouders effectief tegen te gaan opgenomen. Vervolgens werden in 12 gemeenten door FNV vrijwilligers actieplannen ontwikkeld om die prioriteiten ook daadwerkelijk te realiseren.
Manifest.
Centraal in het Manifest staat het geloof in de deskundigheid, de talenten en de mogelijkheden van de alleenstaande ouder en het serieus nemen van de wensen en ideeën van alleenstaande ouder ten aanzien van het combineren van betaald werk en de zorg voor kinderen. Gebruik hun deskundigheid om beleidsmakers en beleidsuitvoerders te adviseren en casemanagers en werkcoaches te trainen om daadwerkelijk inzicht te krijgen in wat het betekent om als kostwinster alleen voor de zorg voor kinderen te staan.
Het Manifest is bedoeld als startdocument dat in iedere gemeente aangevuld of aangepast kan worden aan door alleenstaande ouders gewenste lokale beleid en voorzieningen.
Download hier het manifest.
Toolkit
Naast het Manifest met aanbeveling is in het kader van dit project een Handleiding voor lokale actieplannen ‘Meer Kansen voor Alleenstaande Ouders’ uitgegeven.
In de Handleiding zijn de instrumenten opgenomen die door de lokale FNV vrijwilligers werden gebruikt bij de uitvoering van hun actieplannen, zoals een inkomenskaart, een enquêteformulier en een draaiboek voor een bijeenkomst om de knelpunten en wensen van alleenstaande ouders in kaart te brengen. Met feiten & cijfers over armoede en de positie van alleenstaande ouders en achtergrondinformatie over het Europees Jaar ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Verder tips voor beïnvloeding van lokaal beleid en indringende verhalen van ervaringsdeskundige alleenstaande ouders opgenomen en - ter inspiratie - de tekst van een toespraak, die een van de lokale actievoerders hield voor de Cliëntenraad en de verantwoordelijk wethouder Sociale Zaken en Werkgelegenheid in haar gemeente.
Het project is inmiddels afgerond. Dat heeft een aantal handige instrumenten opgeleverd zoals lokale actieplannen, een training en een handleiding daarvoor, een manifest, reader met informatie die ook door anderen kunnen worden benut. De vervaardigde toolkit is tegen betaling van € 15 aan te vragen bij de FNV Vrouwenbond: post@fnvvrouwenbond.nl.
Lees hier en hier een interview met een alleenstaande ouder. En
Voor het project Meer Kansen voor Alleenstaande Ouders verstrekt het ministerie van SZW subsidie in het kader van het Europese Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.
Alle informatie hierover is te vinden op deze link van de website van de rijksoverheid.
![]()
Alleenstaande ouders met betaald werk
Men denkt bij alleenstaande ouders te vaak alleen aan vrouwen met een WWB uitkering. Maar tweederde van de alleenstaande ouders heeft gewoon een betaalde baan.
Uit het FNV-project ’Krap an’ dat werkende armen zichtbaar wil maken, blijkt dat armoede zich vooral voordoet bij alleenstaande ouders. Vaak vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Ondanks een grote deeltijdbaan komen ze met hun kinderen in de armoede terecht.
Die groep wordt maar wat vaak vergeten. Ook alleenstaande moeders met een baan, hebben het financieel zwaar.
* Ze hebben vaak banen waarmee je geen wereldsalaris verdient. * Fulltime werken is een must, anders red je het niet de maand rond te komen.
* Naast je baan van 32-36 uur heb je de zorg voor je kinderen en huishouden
* En in veel gevallen is er geen vader die je ondersteunt, je staat er dus helemaal alleen voor.
* Met een baan kun je kwijtscheldingen voor allerlei lasten wel vergeten. (waterschap, afvalstoffenheffing, enz)
* Iedere euro die je meer verdient dan het minimumloon, wordt van je zorg-/huurtoeslag weer net zo hard ingetrokken
* Je schiet er dus met fulltime werken niets mee op.
* Zodra je jongste kind 18 wordt, blijk je ineens geen alleenstaande ouder meer te zijn en word je belast als alleenstaande met een inwonende volwassene.
* Tegelijkertijd rekent de waterschapsbelasting je wel als een 3-eenheid (gezin van 3> personen) en betaal je wel de volle pond voor een gezin aan waterschapsbelastingen. Dan ben je ineens weer een gezin.
* Kinderbijslag en kindgebonden budget is afgelopen zodra je jongste kind 18 jaar wordt.
* Als je jongste kind dus geen/weinig inkomsten heeft, krijg je als ouder de kosten van zorgpremie e.d. er ook nog bij.
* Als je jonste kind van 18 een deeltijdopleiding volgt, kan hij/zij studiefinanciering wel vergeten! Krijg je de kosten van zijn/haar opleiding er ook nog bij.
* Voor bijzondere bijstand en andere voorzieningen kom je vaak niet meer in aanmerking.
* Zodra je kind met 18 jaar iets gaat verdienen, wordt ook de huur-/zorgtoeslag bij jou verminderd!
* Terwijl dat kind van 18 met 32 uur werken nog heel weinig verdiend met een minimumjeugdloon van 450,- netto per maand, waar ook zijn zorgpremie nog van betaald moet worden.
Alleenstaande ouders met een inkomen uit betaald werk met kinderen boven de twaalf hebben sinds januari 2009 honderden euro’s minder te besteden. Dit als gevolg van de verlaging van de alleenstaande-ouderkorting van 1459 naar 902 euro. Voor alleenstaande werkende ouders met kinderen ouder dan 12 jaar is er geen compensatie via het kindgebonden budget of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Als kinderen 16 jaar worden gaan werkende alleenstaande ouders er ook nog eens 1459 euro per jaar extra op achteruit, doordat de aanvullende alleenstaande-ouderkorting vervalt als het kind 16 jaar wordt. Deze ouders vragen zich terecht af waarom een kind van 15 jaar zoveel duurder is dan een kind van 16 jaar of ouder.
De FNV en FNV Vrouwenbond pleiten daarom voor compensatie van het inkomensverlies van ouders met kinderen ouder dan 12 jaar. Zij doen een voorstel aan de Tweede Kamer om de leeftijd voor de aanvullende alleenstaande-ouderkorting te verhogen naar tenminste 18 jaar, of de leeftijd waarop het kind studiefinanciering krijgt.
![]()
Met een andere blik.
‘Alleenstaande ouders kunnen en willen veel, je moet het alleen durven zien!!’ Dat vindt de FNV Vrouwenbond en daarom maakte de bond een brochure met tips voor de begeleiding en reïntegratie van alleenstaande ouders is. Vertrekpunt daarbij is de kracht, kwaliteiten en motivatie van de vrouwen zelf. Bij de methode hoort de brochure 'Maak je eigen trajectplan', waarmee cliënten hun eigen trajectplan kunnen vormgeven.
![]()
Informeel Gewaardeerd
De FNV Vrouwenbond wil vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid bieden zich beter te kwalificeren. daarom ontwikkelde de bond het project Informeel gewaardeerd, waarin een EVC instrument is ontwikkeld voor de onbetaalde zorgarbeid die vrouwen thuis verrichten. Inmiddels heben al ruim 70 vrouwen de training met succes afgerond, wardoor hun zelfvertrouwen en hun kansen op een betaalde baan zijn vergroot. De methodiek is vastgelegd in een handboek, zodat gemeenten en reintegratiebedrijven hiermee aan de slag kunnen gaan. Ook is er een aantal trainsters beschikbaar om de training uit te voeren. Het project Het handboek Informeel Gewaardeerd kan worden besteld door te mailen naar de FNV Vrouwenbond.![]()
Studerende ouders.
De FNV Vrouwenbond werkt nauw samen met het steunpunt studerende moeders, dat in kaart heeft gebracht wat de knelpunten zijn voor allleenstaande moeders die studeren en welke oplossingen er nodig zijn. De stichting heeft daarover een rapport gemaakt dat is aangeboden aan diverse leden van het Kabinet, gemeenten en andere organisaties. Ook heeft de stichting tips opgesteld voor gemeenten om alleenstaande ouders die willen studeren te ondersteunen.
![]()
Feiten en cijfers
- Een op de zes gezinnen met kinderen is een eenoudergezin
- ongeveer de helft van de eenoudergezinnen ontstaat door scheiding
- In 85% van de eenoudergezinnen is de ouder een vrouw
- Een derde van de alleenstaande ouders heeft een bijstandsuitkering
- Ruim de helft van de eenoudergezinnen leeft onder het sociaal minimum
Alleenstaande ouders vormen een groeiende groep in de samenleving. Naar verwachting zal deze groep in 2020 een vijfde deel van alle gezinnen uitmaken.
In 1977 had 34,8% van de arme huishoudens een vrouw aan het hoofd. Twintig jaar later gold dat voor 55,7%.
De groep alleenstaande ouders omvat volgens het CBS meer dan 350.000 huishoudens. Gemiddeld heeft de helft van deze eenoudergezinnen een laag inkomen. Onder eenoudergezinnen van zwarte, migranten en vluchtelingenvrouwen is het percentage lage inkomens zelfs 60%. Eenoudergezinnen met een bijstands-, werkloosheids- of arbeidsongeschiktheids-uitkering hebben een hoog armoede risico: bijna 80% van deze eenoudergezinnen heeft een laag inkomen. Overigens is onder eenoudergezinnen met inkomen uit arbeid ook een relatief hoog percentage lage inkomens, namelijk 22%. Het hoge armoedepercentage onder eenoudergezinnen betekent dat in Nederland 1 op de 8 kinderen onder de 15 jaar in armoede opgroeit.
SCP onderzoek uit 2004 wijst uit dat 37% van de alleenstaande ouders voortdurend zorgen over de financiële situatie heeft. Ruim een derde heeft zeer veel moeite om de vaste lasten te betalen en meer dan een kwart van de alleenstaande ouders heeft minimaal één betalingsachterstand. Van de gezinnen die onder het beleidsmatig minimum leven (veelal eenoudergezinnen), zegt bijna de helft te weinig geld te hebben om regelmatig nieuwe kleren voor de kinderen te kopen. In 36% van deze gezinnen kunnen kinderen vanwege de kosten geen lid zijn van een sportclub of andere vereniging.
De overgrote meerderheid van de alleenstaande ouders is vrouw (84%). De kinderen die bij alleenstaande vaders wonen zijn bovendien veelal ouder dan 13 jaar. Een op de drie eenoudergezinnen is van niet-Nederlandse afkomst. Vooral moeders van Surinaamse en Antillaanse afkomst zijn vaak alleenstaand.
Alleenstaande ouders die voor de opgave staan om arbeid- en zorgtaken te combineren, hebben grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Omdat zij alleen voor de zorg van hun kinderen staan, is het bijna niet mogelijk om fulltime te werken. Toch werken relatief veel alleenstaande moeders fulltime, omdat zij het anders financieel niet redden. In 2007 had 22% van de werkende alleenstaande moeders met minderjarige kinderen een voltijdbaan (tegenover 11% van degenen met een partner).
Veel alleenstaande ouders hebben een beroep met een laag inkomen, zoals de zorg, de schoonmaak, callcenters en de detailhandel. Steeds vaker is het niet mogelijk om voldoende uren te werken, omdat er geen voltijdscontracten worden aangeboden door werkgevers. Hierdoor hebben zij soms 2 of 3 banen die ze dan ook nog moeten combineren met de zorg voor hun kinderen.
Daarnaast zijn sinds januari 2010 alleenstaande werkende ouders er in hun inkomen behoorlijk op achteruit gegaan door het verlagen van de alleenstaande ouderkorting met ruim € 550. Voor alleenstaande werkende ouders met kinderen ouder dan twaalf jaar is er geen compensatie via het kindgebonden budget of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Als kinderen 16 jaar worden gaan zij er ook nog € 1459 per jaar extra op achteruit, doordat de aanvullende alleenstaande-ouderkorting vervalt als het kind 16 jaar wordt.
Alleenstaande ouders hebben het dus zowel financieel als qua zorgtaken erg zwaar. Het inkomen van alleenstaande ouders is dus meestal laag en ze moeten veel uren werken om hun gezin te onderhouden, waar ze ook in hun eentje zorgverantwoordelijk voor zijn.
Hier speelt een combinatie van factoren die vaak zorgt voor belemmeringen zowel voor de ouder als de kinderen om een goed maatschappelijke participatie mogelijk te maken.
![]()
Onderzoek NIBUD
Het Nibud presenteerde eind maart 2009 een onderzoek naar de financiële positie van gescheiden moeders.
Vrouwen hebben het na een scheiding, financieel gezien, een stuk moeilijker dan mannen. Vooral gescheiden moeders, bij wie de kinderen blijven wonen, hebben het zwaar. Zij verdienen weinig omdat ze vaak parttime werken en krijgen vaak geen kinderalimentatie. Slechts de helft van de gescheiden ouders maakt afspraken over kinderalimentatie. Partneralimentatie komt nog minder voor. Slechts 10% van de gescheiden stellen regelt dat. Dit blijkt uit het onderzoek ‘De financiële gevolgen van scheiden’ van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Het Nibud maakt zich met name zorgen om moeders die niet getrouwd waren of geen geregistreerd partnerschap hadden. Als niet-gehuwden uit elkaar gaan, zijn zij niet wettelijk verplicht een ouderschapsplan te maken of elkaar financieel te onderhouden. Dit gebeurt dan ook weinig, terwijl dit volgens het Nibud wel vaker nodig zou zijn.
Het onderzoek Financiële gevolgen van scheiden en veel andere handige informatie is te downloaden op www.nibud.nl
![]()
Handige websites
Er zijn allerlei regelingen en mogelijkheden om het inkomen aan te vullen. Om te zorgen dat je dar optimaal gebruik van maakt zijn er veel handigewebsites met informatie. Hier vind je daarvan een overzicht.
![]()
Vergroot je kansen
Mijn Route is een website waarmee alleenstaande moeders met een (aanvullende) bijstandsuitkering hun persoonlijke situatie kunnen verbeteren door het heft in eigen hand te nemen. Mijn Route is ontwikkeld door De Argumentenfabriek, met subsidie van Stichting Instituut Gak. Via deze link kom je op de website mijm route




